zeil, zeil weg

Wind bolt het zeil
waait het scheepje
voort op voorbije wateren.

Rank riet wuift
vele tochten nog eens na,
volop verhalend over die gevaren levens.

Klimmend, tergend traag
een woest water bedwongen;
dan weer dobbert het hart
tussen het groen van moeder Maas.

Slechts lijnen
tussen scheepje en een wal
als ergens onderweg voor even
de vaart eruit kon.

De tros dan weer los
was telkens een leven gevierd.

Ergens in het eigen vooronder,
bij het anker, ligt de geruststelling:

water, wind en wolken,
en alle leven dat in oevers huist,
blijven tijdloos een kompas
naar elke toekomst.