verstil de tijd

Ik praat
en praat en doe,
en weet niet hoe te zeggen dat,
ja, dat een stilte in mij is gaan gieren.
Zoals een razende wind
in een knarsend duinlandschap,
rond een half ingegraven huis, zo’n wind die dan
roffelend naar kieren zoekt om
die stilte naar buiten te sleuren.

Nee, nog niet, stil nou toch,
er is nog zoveel niet gezegd, niet gedaan,
nog zoveel af te vinken.

Vertraag de tijd dan toch,
verschuif het seizoen,
laat me hierin nog even dronken blijven.