klopsignalen

Achter mij loopt hij soepel met ons mee
over het oude landschap van zijn drumbekken.
Naast me klinkt zacht het begin van een verhaal;
oren in aandacht tot spreken ons past.
Vrienden met elkaar in een goed gesprek,
geen rafelranden schuren aan harmonie.

Wachters waren we voor die klankverhalen
totdat wankele woorden tussen ons vielen,
gesprek en muziek deden verstommen.
De droeve begraving van de grote verteller,
van heinde en ver door koper en trom beweend,
sloot ons af van Mississippi’s muzikale moederborst.

Het zijn de klopsignalen uit een
diep verzonken ruimte in mij;
het zijn veelkleurige herinneringen
die daar straf sprekend in huizen;
het is een taai verlangen nog eens
mee te klinken in een vervoerend verhaal.

Daarin kan ik niet meer binnengaan,
zie me wel spelen, maar ben er ook weer niet.
Een wereld vol welig tierende klankwoorden
past niet in een al te gewone mensenhand.
Alleen kan ik die woorden maar niet vinden
voor al was het maar een klein verhaal.