het leven als kunstwerk

Ik neem mijzelf in ogenschouw
en vlieg, zeil om het eiland van mijn bestaan.
Ik beschouw mijn levend berglandschap tussen
hoge witte kroon en zwartbruine ketens die
onderin uitlopen in een azuurwitte branding.
Als je er een goed oor voor hebt hoor je de stenen klinken.

Vulkanische temperamenten hebben
als verlangens mijn poreuze bestaan gestuurd.
Leerdrift en levenslust werden
als lavastromen door lijf en leden gestuwd;
mijn flanken gaven groei aan kleurig gewas.
Lange tijden ook liet ik verstild het lustige betijen.

Uitbarstingen van ongemakkelijk geluk,
werden zondagskinderen tegen wil en dank.
Nijdige spatregens uit een vurige mond
bevrijdden mij van wankelmoedigheid en kunstig gekakel.
Waar zware wolken het peinzend hoofd omgordden
kropen ijle verlangens terug langs genadige hellingen.

In kleuren ontrolt zich mild maakbaar het leven,
contouren ordenend waar die zich laten zien.
De ruwe steen waarin al opgesloten wie ik zal zijn,
onderzoekend betast, en gevormd tot mijn eigen sculptuur.
Op de vruchtbare as van oude zielen immers groeit de
levenskunst voor de zichzelf scheppende mens.

Het lot lacht de zeiler toe, nevelen trekken aarzelend op en
brengen andere eilanden in zicht, het beeld is compleet.
Telkens een koers bepalend, de elementen in ogenschouw,
vervolg ik mijn waaierende weg naar ultieme vervulling.
Mijn bruisend tot brakke bouwwerken ineen bezien,
omsluiten die onomkeerbaar het leven als kunstwerk.